Opinie

Opinie

zaterdag 31 januari 2009

In het 2e nummer Amsterdamse School onder de loep genomen

Hierbij tref je het 2e nummer aan van Webzine Opinie.

We hebben tamelijk veel aandacht gekregen voor ons eerste nummer. Zonder twijfel is het belangrijkste prestatie criterium voor een tijdschrift, haar oplage. Het eerste nummer van Webzine Opinie kreeg meer dan duizend ‘unieke bezoekers’. Toch zou het niet eerlijk zijn om het aantal bezoekers van een ‘webzine’ als zijnde de oplage te presenteren, want het getal zal onvermijdelijk een aantal toevallige bezoekers inhouden. Aan de andere kant was het aantal mensen dat tussen de bladzijden van Webzine Opinie rondsnuffelde en er een lange tijd aan besteedde, meer dan twee honderd. We beschouwen dit als een goed begin voor een tijdschrift dat integratie als thema heeft.

Tevens kregen we opmerkelijk veel ingezonden brieven. Gelukkig kregen we van niemand te horen dat we ons ‘niet met Nederland mogen bemoeien; dat we per slot van rekening Turken zijn en geen Nederlander.’ In bijna alle ingezonden brieven, zowel in de Turkse als in de Nederlandse, stond dat ons initiatief zeer op prijs wordt gesteld. Hartelijk dank voor de felicitaties!

Tevens valt het op dat de ingezonden brieven weinig te maken hebben met de inhoud van het webzine. Heeft dat wat we over Multatuli/Max Havelaar hebben geschreven misschien geen indruk gemaakt op de lezer? Zijn we er niet in geslaagd om een paar mensen het Multatuli Museum te laten bezoeken, de Max Havelaar te lenen in de bibliotheek of tenminste Multatuli in Wikipedia op te laten zoeken? Dat valt moeilijk in te schatten. Toch durven we te beweren dat onze lezer die twee namen: ‘Multatuli’ en ‘Max Havelaar’ zal onthouden voor toekomstige referentie.
***

Terecht heeft een deel van onze lezers erop gewezen dat we als hoofddoelgroep de mensen van Turkse en Koerdische afkomst hebben gekozen en zo de andere, uit Turkije afkomstige volkeren, buitengesloten hebben. Dit vinden we een belangrijk punt. Hartelijk dank voor het openen van onze ogen! Bij deze gelegenheid doen we onze groeten aan alle volkeren van Turkije en van de hele wereld. Leve de eenheid en de broederschap van de volkeren!
***

In dit nummer is ons dossieronderwerp ‘Amsterdamse School’. Het is een architechtonische stijl die in het begin van de vorige eeuw in Amsterdam tot bloei kwam en zijn invloed heeft gehad op alle grote steden van Nederland.

In dit land waarin we leven zijn er twee mentaliteiten steeds met elkaar in stijd. Aan de ene kant gaan ultra-egoïsme en conservatieve kleingeestigheid hand in hand met als motto: ‘ieder voor zich’ en als je iets wilt veranderen krijg je te horen: 'doe normaal, dan doe je al gek genoeg’.

Aan de andere kant van de strijd bevinden zich ‘onze Nederlanders’, diegenen die we in ons webzine zullen voorstellen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Multatuli, die in een tijdperk waarin mensen met een zwarte huidskleur, met een ring door hun neus op de markt werden verkocht, durfde te zeggen: 'Van de maan af gezien zijn we allen even groot'. Aan deze kant staan ook de jonge, idealistische architecten van de ‘Amsterdamse School’, die in een tijdperk, waarin de arme bevolking van de steden als beesten in stallen moesten leven, 'paleizen voor de arbeiders’ hebben ontworpen.
***

Het 2e nummer van Webzine Opinie mag gezien worden als een oproep om beter te kijken naar de huizen, pleinen, bruggen, scholen en speelplaatsen waar je elke dag langsloopt.

Kijk eens aandachtig om je heen, je zult een schoonheid zien die bedoeld en toegankelijk is voor iederen! Die schoonheid is typisch Nederlands.


Het eerste nummer heeft meer dan 1000 lezers bereikt. Hierboven een snapshot van het nieuws over Webzine Opinie op de website van het Multatuli Museum

Evren Madran

Labels: , , , , , , , , , , ,

Paleizen voor de arbeiders

De Klerk, Kramer, Van der Mey, Staal, Wijdeveld, Krop. Architecten van de Amsterdamse School, een architechtonische stijl die door idealistische jongeren tot stand is gebracht. De stijl werd in de jaren 1920 wereldberoemd, in de jaren daarna verliest hij aan populariteit, en in de jaren 90 van de vorige eeuw werd de stijl weer populair. De architecten van de Amsterdamse School worden als de wonderkinderen van de Nederlandse architectuur van de eerste helft van de 20e eeuw beschouwd. Hun belangrijkste werken zijn, o.a. het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, de Bijenkorf in Den Haag, een groot aantal arbeidersblokken en bruggen in de Randstad en straatmeubilair.

Amsterdamse School draagt een sociale betekenis die voor sommigen gelijk is aan haar architecturaal belang. In een tijdperk waarin het als utopisch beschouwd werd om voor de arbeiders leefbare woningen te bouwen die aan de minimale eisen voldoen, leggen de architecten van de Amsterdamse School de lat nog hoger: “Leefbaar is niet genoeg, de arbeiderswoning moet ook mooi zijn." Vandaar de leus van de stijl: "paleizen voor de arbeiders!"

Volgens een aantal critici van de Amsterdamse School is de instelling van de stijl niet realistisch. De critici wijzen erop dat de onderhoudskosten van de Amsterdamse School gebouwen te hoog waren. Toch zijn er ook mensen die denken dat de Amsterdamse School een zeer positieve bijdrage heeft geleverd aan het leven van het volk. Voor een derde groep mensen is het sociale aspect van de Amsterdamse School helemaal niet van belang; die vindt de gebouwen gewoon mooi.

***

Het Schip is een prachtig gebouw van de Amsterdamse School dat op 20 minuten loopafstand ligt van het Centraal Station van Amsterdam. Het gebouw waarvan de bouw in 1919 afgerond werd, is bedoeld als arbeidersblok. Het is het meest ontwikkelde product van de Amsterdamse School. Een lang blok met een binnentuin. In vogelvlucht gezien een driehoek. Op de top van de driehoek staat museum Het Schip. Het museum is de uitvoerigste en overzichtelijkste informatiebron van de Amsterdamse School; een aanrader. Tevens raadzaam om eens op www.hetschip.nl te kijken voordat men het een bezoekje brengt.

Bijna elke dag van het jaar kom je bezoekers tegen bij Het Schip wat aan een schilderijententoonstelling doet denken. Ze lopen langzaam voor het gebouw langs, staan stil voor de details die hen opvallen en kijken een tijdje; enthousiast maken ze foto’s en je ziet sommigen zitten die het gebouw natekenen. Als het weer goed is dan zie je ook levendige kinderen van alle huidskleuren spelen en rondrennen. Vrouwen met boodschappentassen staan voor het gebouw te kletsen in wat gebrekkig Nederlands. Dan zal het wellicht doordringen: dat wat Het Schip van de meeste andere kunstwerken onderscheidt, is dat het niets heiligs heeft en dat het niet ver verwijderd is van het gewone volk. Haar schoonheid is niet alleen voor de elite bedoeld en zelfs het volk kan haar schoonheid begrijpen.

Zoals bij alle gebouwen van de Amsterdamse School toont Het Schip aan dat een andere wereld mogelijk is: een wereld waarin ‘mens’ en ‘kunst’ onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn.

Evren Madran

‘Je moet van steen zijn om niet van de Amsterdamse School te houden’ zegt Nederlandse architect en Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol. Zie hieronder de foto’s van Het Schip en bepaal zelf of je het daarmee eens bent.


Originele tekeningen van Het Schip vanuit twee verschillende invalshoeken. De architect van Het Schip, Michel de Klerk is oorspronkelijk geen architect maar tekenaar


Snapshots van binnen en van buiten van Museum Het Schip. De ruimte is conform het origineel als postkantoor ingericht


Ronde vormen en reliëfs komen vaak en op een verrassende manier terug op de Amsterdamse School gebouwen


Alle woningen in Het Schip krijgen daglicht. Tevens, in tegenstelling tot de saaie arbeidersblokken, hebben de afzonderlijke woningen ramen met individuele stijlen. Zo wordt eentonigheid vermeden


Baksteenarchitectuur is in Nederland altijd populair geweest. Bij Het Schip werden voor de gevels samen met bakstenen ook natuurlijke stenen gebruikt. Dat zorgt voor nuances in de kleuren en een mooie uitstraling


Hierbij de kenmerkende toren van Het Schip. Voor sommigen is het als contrast bedoeld voor de kerken in de omgeving. Voor anderen benadrukt de toren het paleis voor de arbeiders

Labels: , , , , , , , , , , , ,

Drie Nederlanden

1.
Tweede helft van van 19e eeuw. Industriële revolutie volop in gang. Er is massale migratie vanuit het platteland naar de steden.

In de grote steden wacht de nieuwkomers, naast grote armoede, grenzeloze uitbuiting en achterhaalde regelgeving, een gebrek aan woningen. Een meerderheid van de bevolking is gedwongen om in kleine, donkere, vochtige huizen te gaan wonen tegen excessieve huurprijzen. In die kleine huizen wonen drie generaties met elkaar: grootouders, ouders en ten minste een half dozijn kinderen (zoals het hoorde voor toenmalige arbeidersgezinnen).

De arbeiderswoning is zeer bescheiden; hij bestaat uit één kamer. Zonder wc en zonder keuken. Wat wordt er veel in die ene kamer gedaan! Koken, wassen, afwassen, naaien... Voor de zieken zorgen, bidden, ruziën, vrijen...

De bedden bestaan net als in een boekenkast uit rekken boven elkaar, vastgemaakt aan de muur. Als WC een emmer met een deksel erop. Om naar de WC te kunnen gaan moet men wachten totdat iedereen slaapt. Riolering is eenvoudig opgelost: een keer per week komt de gemeente emmers legen.

Huisvuil wordt niet opgehaald. Het wordt gewoon uit het raam gegooid of buiten de deur gezet. Wie dicht bij de grachten woont heeft geluk, want die kan zijn huisvuil in de gracht gooien.

Typerend voor de arbeidershuizen is de stank: etensgeur, toilet, tabak, zweet, vocht, schimmel... Ventileren heeft geen nut, want de lucht die van buiten komt is nog erger.

2.
Past niet echt bij het beeld van het hedendaagse Nederland, toch? Dat heb je goed gezien. Ondanks de recentelijke neo-liberalistische ontwikkeling doet hedendaags Nederland het geweldig op het gebied van sociale huisvesting.

Hoe kon Nederland dan in zulke erbarmelijke omstandigheden de voorbeeldige sociale huisvesting scheppen?

Velen beweren dat het aan de woningwet van 1901 lag. De woningwet die in 1901 in werking is getreden bracht 5 factoren samen:

Sociaal-denken. Het verbeteren van de woonomstandigheden van de arbeiders staat centraal.
Plan. Het in kaart brengen van een groeiplan (een gezonde groei is slechts met een doordacht plan mogelijk)
Democratie. Het overlaten van het uitvoeren van de huisvestingsplannen aan democratisch ingestelde verenigingen, waarbij de arbeiders rechtstreeks hun stem kunnen laten horen.
Staatsfinanciering. Het ervoor zorgen dat de democratisch ingestelde verenigingen genoeg geld van de staat krijgen om de huisvestingsplannen te kunnen uitvoeren.
Toezicht. Het erop toezien dat de huurprijzen betaalbaar en de woningen bewoonbaar blijven.

Als zijnde degene die over alle gegevens beschikt, komt de staat met een sociale intentie op de proppen, maakt geïntegreerde plannen, laat daarna het uitvoeren van de plannen aan het volk over en financiert het uitvoeren van de plannen. Het uitvoeren van de plannen wordt door het volk zelf gedaan door verenigingen waarvan elke huurder lid is. Dit is het recept van de legendarische sociale huisvesting van Nederland geweest. Althans tot de jaren 90 van de vorige eeuw...

Aan het begin van de vorige eeuw was liberalisme volop in bloei; begrippen zoals de uitgangspunten van Wet 1901 waren totaal niet bemind. In een tijdperk zoals dit heeft de Nederlandse overheid Wet 1901 geïntroduceerd. Qua timing was Wet 1901, die begrippen zoals ‘armoedebestrijding’, ‘planning’, ‘toezicht’ en 'staatsfinanciering’ als uitgangspunten heeft, nogal revolutionair en won Nederland een belangrijke plek in de wereldgeschiedenis van de huisvesting.

3.
Vandaag de dag is er van Woningwet 1901 en de begrippen die erachter liggen, niet veel overeind gebleven.

Eind jaren 80, toen neoliberalisme de overheden hun verstand deed verliezen en de hedendaagse zogenaamde ‘krediet-crisis’ begonnen was, werden de woningbouwverenigingen verzelfstandigd, subsidies van het Rijk aan woningcorporaties (36,8 miljard gulden) werden weggestreept en het bouwen van woningen moest meer aan de marktsector worden overgelaten. Vervolgens, conform de neoliberalistische retoriek dat ‘alle vormen van staatsinterventie gelijk zijn aan dictatuur’, werden de huurprijzen geliberaliseerd.

Woningcorporaties (lees: verenigingen) waren toen niet meer in staat betaalbare arbeiderswoningen te bouwen; daar kregen ze te weinig subsidie voor. Ze moesten voor hun eigen geld zorgen en dat betekende dat ze zich op een meer lucratieve markt moesten richten. Wegens gebrek aan nieuwbouw stegen de huurprijzen van de bestaande arbeiderswoningen steeds meer. Het staatstoezicht op de betaalbaarheid van de woningen nam ook af. Geleidelijk werd ‘betaalbaarheid’ geschiedenis. Als gevolg daarvan, verlieten de arbeiders massaal de stedelijke centra om in achterbuurten en ghettowijken te gaan wonen.

Verenigingen hebben zich snel aangepast. Ze veranderden in kapitalistische ondernemingen. Het democratisch functioneren is eenzijdig geannuleerd. Ze hebben nog geen aandeelhouders maar de managers die topsalarissen krijgen zijn al een soort kapitalist geworden.

Het bouwen van arbeiderswoningen is mogelijk noch aantrekkelijk. Wooncorporaties van vandaag bouwen dure woningen voor de middenklasse.

Wie weet hoe lang deze fase duurt...

Evren Madran

Labels: , , , , , , , , , , , ,

Interviews over de Amsterdamse School

Begin 20ste eeuw zijn een paar architecten die lid waren van SDAP en ongeveer dezelfde ideeën hadden, begonnen met de Amsterdamse School. Ons vooronderzoek voor de interviews leek op een zoektocht. De Amsterdamse School is een belangrijk project geweest waarmee het Scheepsvaart museum in Amsterdam, het gebouw Het Schip, en het gebouw van de Bijenkorf in Den Haag zijn gebouwd.

Tijdens onze zoektocht hebben wij met verschillende mensen contact gezocht die ooit met Amsterdamse School projecten bezig zijn geweest of die in aanraking zijn gekomen met de kunst van de Amsterdamse School in hun dagelijkse leven. Met deze mensen hebben wij over de Amsterdamse School en de betekenis van dit project voor ons hedendaagse leven gesproken.

Eerst hebben wij met Andre van Stigt contact opgenomen. Andre van Stigt is architect en zoon van Joop van Stigt die de Pieter Lodewijk Takstraat (een project van de Amsterdamse School) gerestaureerd heeft in 1980. Andre van Stigt heeft het gehad over de Amsterdamse School projecten waaraan zijn vader ook deel heeft genomen en heeft ons verteld hoe belangrijk de projecten van de Amsterdamse School voor ons hedendaagse leven zijn.

Daarna hebben wij Frederieke Jochems bezocht in haar atelier. Frederieke Jochems hebben wij ontmoet dankzij haar korte opname over haar fotoproject 'Paleis voor de laatste arbeiders'. Frederieke Jochems heeft als fotograaf en bewoonster van een Amsterdamse School woning haar mening met ons gedeeld over sociale woningen en de status van de woningen die door de Amsterdamse School zijn gebouwd.

Toen zijn wij een bewoonster tegengekomen die reeds 15 jaar in een woning van de Amsterdamse School woont;Juliana Fikki . Zij heeft ons ontvangen in haar warme woning en heeft verteld wat de Amsterdamse School voor haar betekent. Ook hebben wij het over de economische crisis gehad die de laatste tijd bij ieder gesprek voor koude lucht zorgt.

Als laatste hebben wij met Ton Heijdra een leuke gesprek gevoerd in de luchroom van museum Het Schip. Ton Heijdra heeft ons verteld hoe belangrijk geschiedenis kan zijn en hoe uniek de Amsterdamse School is. Het idee was dat arbeiders recht hadden op iets moois. Ze kwamen op voor het recht van de arbeiders op een mooiere woning.



Andre van Stigt – “Amsterdamse School bouwde burchten voor de arbeiders...”

Frederieke Jochems – “...over 10-20 jaar dan wordt het een buurt met meer rijke mensen die hoge huren betalen...”

Juliana Fikki – “Laat staan de arbeiders, zelfs een doorsnee persoon kan het niet meer huren, het wordt echt duur...”

Ton Heijdra – “Het aardige is juist dat de opkomende Arbeidersbeweging samen met de Amsterdamse School iets bijzonders tot stand heeft gebracht."

Labels: , , , , , , , , , , ,

Andre van Stigt (architect)

Andre van Stigt, architect en directeur van architectenbureau Van Stigt. 28 jaar in het vak. Gedreven, sociaal en maatschappelijk betrokken bij de stad Amsterdam. Tijdens onze zoektocht naar Joop van Stigt, een bekend architect door zijn werk voor de Amsterdamse School en zijn socialistische uitingen, hebben wij zijn zoon Andre van Stigt ontmoet. Dankzij zijn vader heeft hij kennisgemaakt met de Amsterdamse School.

Hieronder vindt u een samenvatting van dit interview.

‘Mijn vader, ook architect, heeft de Pieter Lodewijk Takstraat gerestaureerd in 1980. Ik was toen bijna klaar met mijn studie in Delft. De PL Takstraat is een voorbeeld van de Amsterdamse school, een gebied waar na de oorlog woningen zijn gebouwd voor de arbeidersklasse. Woningen waar je trots op mocht zijn want de architectuur was bijzonder, prachtige detaillering in het baksteen.

In de bouwstructuur is een sociale samenhang te zien en er is gebruik gemaakt van binnenpleinen waar groen en speeltuintjes aanwezig waren, waar kinderen konden spelen onder het toeziend oog van de ouders. Naar buiten toe meer gesloten en naar binnen toe een meer open en daarmee sociale structuur.

Ik ben het er mee eens dat de Amsterdamse School zeer belangrijk is voor de sociale samenleving. Misschien dat de eisen aan de woningen nu iets anders zijn, maar nog steeds vind ik dat woningen gebouwd moeten worden op een manier die de sociale samenhang van bewoners in de wijk versterkt.

Met de mogelijkheid om elkaar te kunnen ontmoeten op een veilige en aangename manier, maar ook de controle op de kinderen die buiten spelen. Amsterdamse School bouwde 'burchten voor de arbeiders' waarmee de sociale geborgenheid werd vormgegeven die ook tijdens de restauratie nog sterk leefde; 80% van de bewoners keerde na de restauratie terug.

Naast het doel van de Amsterdamse School is het ook belangrijk dat de mensen zich verantwoordelijk voelen voor hun omgeving. Na de 1e Wereld Oorlog was iedereen bezig met de wederopbouw en na de 2e Wereld Oorlog was dat weer zo; men was blij dat na 5 jaar van oorlog en verdriet de rust terug was. De mensen wilden vooruit en weer leven en genieten. En daarmee ontstond “de tuinstad” gedachte nog sterker.

Er zijn nu allerlei wijken in Amsterdam waar een nieuwe impuls gegeven wordt of waarvoor plannen bestaan om die wijken aan te pakken, te revitaliseren. In die wijken wonen veelal allochtonen. Het zou heel goed zijn om de gedachten van de Amsterdamse school architectuur, maar vooral het sociale gedachtegoed van “samen wonen en omgeving delen” te gebruiken voor deze wijken en plannen.

Ook in die wijken is het belangrijk dat er ontmoetingsplekken zijn en dat er levendigheid heerst, met verantwoording naar elkaar.

Zodat er niet alleen wijken ontstaan waar uitsluitend gewoond en geslapen kan worden maar waar ook een sociaal leven is en sociale controle en waar de bewoners deel van de wijk uitmaken en mede verantwoordelijk zijn.’

Interview door: Eda Yenil - Seda Yenil

Labels: , , , , , , , , , , , ,

Frederieke Jochems (cineaste/beeldend kunstenaar)

Frederieke Jochems, Frederieke Jochems (1961) maakt fotoseries, video-installaties en documentaires. Voor het project ‘Paleis voor de laatste arbeiders’ fotografeerde Frederieke Jochems bij haar buren thuis. Zij legde hen vast in hun gewone dagelijkse leven in de intimiteit van hun bijzondere interieur. Frederieke Jochems hebben wij bezocht in haar atelier.

Hieronder vindt u een samenvatting van dit interview.

‘19 jaar geleden ongeveer kreeg ik een driekamer- plus atelierwoning op de begane grond in het Amsterdamse School complex in de Burgemeester Tellegenstraat op de hoek, toegewezen vanuit de dienst bij de gemeente om atelierwoningen aan kunstenaars te verstrekken. Toen het complex in 1918 gebouwd werd, was het idee dat de hoekpanden winkels werden voor de arbeiders die daar gingen wonen.

Supermarkten kwamen veel later maar er schijnt een fietsenwinkel te zijn geweest op de hoek en onze woning is boekhandel geweest tijdens de oorlog. Aan de overkant was een bakkerij en die corporatie, de Dageraad, zorgde er inderdaad voor dat er op die hoeken door de coöperatieve vereniging vervaardigde producten werden verkocht.
Op een gegeven moment rond 1983 zijn door architect Joop van Stigt al die woningen gerenoveerd en toen hebben ze er geen kleine bedrijfjes of winkeltjes van gemaakt maar ze zeiden dat het aan kunstenaars toegewezen moest worden dus toen wij daar kwamen was het bestemd voor kunstenaars en wij als filmmakers konden derhalve in die ruimte.

Vroeger was het zo: de eerste socialisten vonden dat de arbeiders woonden in heel slechte omstandigheden en ze vonden dat er mooie woningen moesten komen en in dit geval, onder Amsterdamse School Architectuur, supermooie woningen. Met nieuwe architecten die werden ingehuurd door goede opdrachtgevers. Ze hadden bijzondere opvattingen over de indeling: een mooie plek om te wonen maar in de indeling werd ook gekeken van: niet zo’n grote keuken anders blijven ze in de keuken hangen, nee een heel kleine keukentje, en een woonkamer met een grote lamp zodat ze konden lezen want arbeiders moesten zich verheffen dus de arbeiders werden geholpen om zich te ontwikkelen. Het gebouwtje aan het pleintje van de Burgemeester Tellegenstraat dat was toen een bibliotheek. Men wilde dat arbeiders gingen lezen en zich zo verder zouden ontwikkelen.

Wat betreft de Amsterdamse School: Mijn project “ Paleis voor de laatste arbeiders” ging erover dat de woningen steeds minder bewoond worden door arbeiders. Dat zit ook in de titel ‘Paleis voor de LAATSTE arbeiders’. Op een gegeven moment werd het gebouw zo mooi gevonden, dat het werd gekozen tot rijksmonument, waarop de wooncorporatie dacht: ‘Nou… monument, als je daar woont, mag je meer huur betalen’, en zo werd de huur verhoogd. Mensen die daar al wonen, betalen de normale huur, maar als er een nieuwe woning vrijkomt dan wordt de huur twee - tweeënhalf keer zo hoog en dan komen er andere mensen. Dit vind ik niet erg ofzo, maar dat zijn meer ‘yuppen’. Dat is een andere groep mensen dan de arbeiders voor wie het oorspronkelijk is bedoeld. Die kunnen de hogere huur niet meer betalen. Maar de mensen die er al in zitten worden er niet uitgewerkt. Dat is het probleem niet.

Over de actualiteit, De Amsterdamse School stroming is ook een tijd verguisd geweest. Eind dertiger jaren kreeg je meer het functionele bouwen, wat strakker, wat functioneler en pas eind 2oe eeuw en nu begin 21e eeuw wordt de versierende, de decoratieve stijl meer gewaardeerd. Daarom komen veel toeristen naar deze buurt; Japanners en Amerikanen met fototoestellen. Het is inmiddels een wereldberoemd pand geworden.

Maar als je kijkt naar de actualiteit van het bouwen; Sociale woningbouw wordt tegenwoordig alleen in wijken gebouwd met afwisselend zowel sociale huur als koopwoningen. Er is diversiteit op een plek, koop, vrije sector en sociale huur.

Ik heb veel Marokkaanse en Chinese mensen boven wonen in de 4-kamerwoningen en die wonen daar prima. Die waarderen die stijl ook heb ik het gevoel en zij en ik vinden het een prettige plek om te wonen.

Bij Amsterdamse School denk ik niet aan de huurprijs maar aan de bouwstijl. Dat het woningen zijn die ook mooi zijn om te zien, prettig om in te leven en tegenwoordig toegankelijk voor iedereen. Toen in 1918-1923 de woningen werden opgeleverd gingen er vaak alleen socialistische mensen wonen en er waren andere woningbouwverenigingen meer bestemd voor katholieke arbeiders en je had per wijkje hier een woningbouwvereniging met leden die er konden wonen met hun eigen politieke kleur maar dat is nu niet meer zo.

De Dageraad is inmiddels De Alliantie geworden. Iedereen die het kan betalen, kan in een woning gaan wonen. Ik moet ook wel zeggen, bij het begin van het opleveren van de woningen, in 1923, toen waren er veel arbeiders die kwamen er niet in, want de huizen werden gecontroleerd, en de netheid, er waren strenge maatschappelijk werkers die gingen daarop controleren. Wie kwamen daar uiteindelijk te wonen: postbodes, onderwijzers, politieagenten. Dus de allerarmsten kwamen daar echt niet terecht. Van die hooggestemde idealen kwam niet alles terecht in de praktijk: dat het meer het ontwikkelde hogere kader van arbeiders was dat daar woonde, dan dat het de mensen die het echt het moeilijkste hadden.

Over het kopen van huurwoningen: Huizen in het Amsterdamse School complex worden niet verkocht juist omdat het een monument is, ze willen niet dat mensen individueel allemaal aanpassingen in de woningen aanbrengen, er zijn heel strenge eisen. In andere buurten zijn huizen die niet als rijksmonument onder bescherming staan en daar worden ze wel verkocht tegen betaalbare prijzen, zelfs mensen met lagere inkomens kunnen die kopen.
Maar deze Amsterdamse School woningen van het Dageraad complex, die worden niet verkocht, dat blijven huurwoningen. Met wel een steeds hogere monumentenhuur. Dus over 10-20 jaar dan wordt het een buurt met meer rijke mensen die dan hoge huren betalen, maar geen huiseigenaren zijn.’

Interview door: Eda Yenil - Seda Yenil

Labels: , , , , , , , , , , , ,

Juliana Fikki (arbeider)

Juliana Fikki, al 15 jaar woonachtig in Nederland en komt oorspronkelijk uit Suriname. Juliana Fikki heeft momenteel twee banen en zegt dat ze naar Nederland is gekomen om te werken en niet om te bedelen. Afgelopen dagen kreeg zij te horen dat zij ontslag heeft gekregen.Toch stelt zij zichzelf voor als een positieve pessimist. De economische ontwikkelingen hebben deze zestigjarige moeder van 8 kinderen ook geraakt. Juliana Fikki is één van de laatste arbeiders die in een Amsterdamse School woning leeft. Voordat we overgingen naar onze vragen over de Amsterdamse School, hebben we het eerst over deze economische ontwikkelingen gehad. Aan het einde van ons gesprek heeft zij haar gedicht dat zij over de Amsterdamse School heeft geschreven met ons gedeeld.

Hieronder vindt u een samenvatting van dit interview.

“Wie hebben die crisis? Die mensen houden ons voor de gek. Al die directeuren die mensen die rijk zijn, hun huizen zitten vol met koffers geld. Wie lijdt er onder? Jij en ik.
Zie je een van die rijke mensen klagen op televisie, nee. Ze klagen niet. Die ministers praten maar. Als alle mensen, deze kleine mensen, jij en ik op straat gaan, gaat dit kabinet naar huis en dan ga jij zien wat kredietcrisis is. Toen de euro werd ingevoerd, zou het ook goed gaan met onze economie. Maar niets daarvan. Soms is het oneerlijk in de wereld met het geld. Ik ben nu 80 % werkloos. Ik doe nog steeds 12 uurtjes werk.

De buurt waar ik woon is ook een Amsterdamse School project geweest, een heel leuke buurt. Ik ben heel trots op die buurt. Ik vind die buurt gewoon prachtig in één woord gezegd. Met een heel mooi plein, als het mooi weer is, is het altijd gezellig met kinderen en ouders. Ik woon al ongeveer 15 jaar hier.

Toen ik in Nederland kwam, woonde ik aan de overkant, aan de IJsselstraat. Ik heb een huis aangevraagd bij de woningbouw. Toen was er heel lelijke mevrouw die tegen mij zei dat ik geen grote woning zou kunnen krijgen. Amsterdam heeft geen grote woningen. Ja maar, net wat ik je zeg, ik ben een positieve pessimist, dus ik kom altijd terug. Dus zo ben ik gegaan en gegaan. Toen was er een heel lieve meneer een keertje aan het loket en hij zei dat er een woonkrantje werd gepubliceerd. 'Pak het direct en bel' zei hij. Ja, zo is het gegaan. En toen was dit het eerste huis waar ik op reageerde eigenlijk. Ik werd maandag gebeld dat ik dat huis kon krijgen. Iedereen zei dat het een mooie huis was en ze waren benieuwd naar nummer 1. Toen kwam ik, iedereen stormde op me af. Ze vroegen zelfs of ik wilde ruilen. Ik zei 'nee nee dit is de eerste keuze van mij dus ik ga het huis nemen' en toen heb ik dit huis gekregen.

Ze hebben de huizen gerenoveerd, bepaalde kleine veranderingen aangebracht. Sommige mensen wilden niet veel veranderen, sommige wel.
Mijn keuken is bruin, ik had zo iets van laat het maar bruin blijven. Want in Suriname had ik ook een bruine keuken. Dit zijn normale huizen maar wel groter. Je hebt woonkamer, een keuken, toilet, hal, een kamertje hier en één of twee kamers boven. De kamers verschillen per woning; woningen met drie, vier zelfs met vijf kamers zijn er ook.

Ik heb die tijden van de Amsterdamse School niet meegemaakt, maar ik denk dat het sociale er wel in zit. Want hier achterin heb je een binnentuin en je hebt ook bij de mensen allemaal een beetje kleine tuintjes. Als het bijvoorbeeld mooie weer is en ik maak mijn raam even open en kijk even naar buiten dan heb ik direct contact met al die mensen die hier beneden wonen. Ze zitten buiten of op de stoep, we groeten elkaar altijd en houden een praatje. Je komt direct met elkaar in contact. Als je ook op het balkon staat, kan je iedereen zien, even praten, even groeten enzo. Het is belangrijk voor het sociale leven.

Maar het verandert wel. Als ik kijk naar de periode van dit project dat met Frederieke is gemaakt, ongeveer 2 of 3 jaren geleden merk ik dat mijn hele trappenhuis is veranderd. Op de 1e etage had ik een Marokkaanse buurman, hij kwam hier alleen wonen. Zijn 3 kinderen zijn hier geboren en ik zag ze hier opgroeien. Die mensen gingen weg. Die meneer verhuisde en weet je die was gewoon ook arbeider net als ik. Daar beneden was er ook een Marokkaanse meneer. Hij is ook weg gegaan. Nu heb je autochtone mensen en een Pools echtpaar dat is hier komen wonen. Zoals gebruikelijk gaat de huur dan omhoog.

Ik betaal momenteel een huur van ongeveer 400 euro. De eerste mensen die er zijn, betalen ook ongeveer dit bedrag. Maar van de mensen die nieuw verhuizen vragen ze bijna 700 euro. Een doorsnee persoon kan het zelfs niet meer huren, laat staan de arbeiders, het wordt echt duur.

Soms schrik ik er ook van. Zoveel mensen verhuizen plotseling. Aan de overkant had je ook mensen met kinderen, daar woonde een Hindoestaanse man met zijn vrouw, ze hadden 3-4 kinderen. Ook heb ik ze hier geboren zien worden. Maar ze zijn ook allemaal weer weggegaan.

Interview door: Eda Yenil - Seda Yenil


Paleis voor de laatste arbeiders

Een paleis dat ben je echt
Van binnen en van buiten
Kunstenaars, vaders en moeders
Aan intellect geen gebrek
De laatste arbeiders wie zijn dat geweest…
Gecompliceerder kunnen wij het niet maken
Kijk maar in al de straten, de jeugd voert de boventoon
Soms een beetje stout, maar geen sprake van gehoon
Groeten is ook niet verplicht
Gebeurt gewoon met een lach op het gezicht
Therese Schwartze straat en plein
Dat is fijn toeven ik wil er graag zijn
Pastoor straat, P.L. Takcomplex
Met een binnentuin van pracht… te gek
Vogels fluiten bij het morgenrood
Muziek van de buurman voor een nieuwe dag
Bomen en plantengroei bruin, geel en groen
Kijk ze aan; je voelt je bloeit
Takcomplex…monumentaal
Berlagebouw, Amsterdamse school
Honderd jaar woningwet, bracht met zich mee arbeiders pret
De laatste arbeiders wie zullen dat zijn?
Kijk maar op de lakens hoe we zijn gespot
Mijn kamer is mijn heilig, ben lekker lui, heb even geen zin.
Dit zijn onze modellen van de buurt
Moeder en gezin staat ook fijn
Ik heb het druk met huis en haard,
De buren schilderen graag
Hoe ziet het bij de overburen uit…?
Zo moeilijk maken wij het niet van
Huis te kijken met een praat
Na het kijken weet je al gouw,
Met welke paleis je bent getrouw

(speciaal geschreven i.v.m. Paleis voor de laatste arbeiders)

Juliana Fikki, 25.06.2007

Labels: , , , , , , , , , , , ,

Sociale (huur)woning 'te koop'

‘Sociale woning’ is geen al te bekend begrip, wellicht komt u dit begrip hier voor het eerst tegen. Op het moment van het schrijven van dit stuk, was één van ons op zoek naar betaalbare woonruimte. Toch werd het pas actueel voor ons toen we dit stuk moesten schrijven.

Op het internet zijn we de volgende definitie van sociale woning tegengekomen: ‘woning die volgens een standaard wordt gebouwd voor arme mensen en mensen met lagere inkomsten. Deze woningen hebben beperkte eigenschappen, zijn geschikt als gezonde leefruimtes, zijn sterk en goedkoop.' Aan deze definitie kunnen we nog meer toevoegen, bijvoorbeeld de sociale contacten die tot stand zijn gekomen dankzij deze woningen. Aangezien we het begrip sociale woning steeds minder aantreffen, zijn we er niet zeker van of het zin heeft om het over de toegevoegde waarde ervan te hebben.

Eerst een korte blik op de Nederlandse geschiedenis. De Woningwet is in 1901 in werking getreden tijdens het kabinet Pierson. Deze wet was bedoeld om de arbeiders die destijds in woningen woonden die niet leefbaar waren, betere woningen aan te bieden en problemen omtrent de volksgezondheid te voorkomen of onder controle te houden. (Het is dan ook geen toeval dat in deze periode, naast de Woningwet een Gezondheidswet in werking treedt.) De slechte toestand van arbeiderswoningen vormde toen één van de belangrijkste oorzaken van de verslechterende volksgezondheid. Met deze wet zouden de problemen in de woontoestand van de arbeiders door de overheid aangepakt worden. De gegevens die wij over die periode zijn tegengekomen, maakten ons duidelijk dat deze woningen inderdaad ongezond waren voor mensen. Kleine en zeer vochtige woningen waar geen zonlicht in kon komen en waar de riolering waardeloos was. Grote arbeidersgezinnen in kleine woningen die hun toiletbehoefte in een emmer deden die slechts om de week leeggemaakt werd... Zweet, rook en etenslucht... Terecht klaagden de arbeiders, die zestien uur per dag werkten, over deze toestand. Als oplossing deden ze iets wat wellicht voor velen onvoorstelbaar is: ze leegden hun toiletemmers in de mooie kanalen van Amsterdam. Kortom, kleine, vochtige, stinkende arbeiderswoningen- en wijken...

De Woningwet is een overwinning van het Nederlandse volk. Het kan zijn dat deze wet nog tekortkomingen heeft, maar die kunnen we aanvullen. Wat belangrijk is dat we deze overwinningen beschermen! Amsterdam is een goed voorbeeld van hoe de overwinningen van 1901 geleidelijk aan worden geschrapt. Gemeente Amsterdam heeft ervoor gezorgd dat tussen 2002-2007, 28.000 sociale woningen werden verkocht. De gemeente is verder van plan om er van de overblijvende sociale woningen tussen 2007 en 2012, 15.000 en tussen 2012 en 2016, 15.000 te gaan verkopen. Dat wil zeggen dat de sociale (huur)woningen die voor arbeiders bedoeld zijn zullen worden overgenomen door mensen die genoeg geld hebben om een huis te kunnen kopen.

In verband met de Woningwet van 1901 zijn er verschillende projecten ontstaan. Bij deze projecten heeft men niet alleen woningen gebouwd maar zijn er ook mogelijkheden ontstaan voor een sociaal leven. De ‘Amsterdamse School’ is er één van. Deze projecten ontstonden om leefbare woningen voor de arbeiders te bouwen en de Amsterdamse School architecten hebben dit doel wel bereikt. Bij de gebouwen van de Amsterdamse School heeft men veel mogelijkheden geboden aan arbeiders. Daarnaast hebben ze het beste uit de aanwezige ruimtes en middelen gehaald. De wijken die in het kader van de Amsterdamse School zijn gebouwd bevatten zelfs vergaderruimtes, bibliotheken en plaatsen waar jongeren en kinderen sociale activiteiten kunnen verrichten.

Nu is de vraag waarom de Gemeente Amsterdam besloten heeft om de sociale (huur)woningen te gaan verkopen, aangezien er al problemen omtrent de woontoestand van het volk bestaat en de woningen waarin arbeiders wonen niet gezond zijn. Zijn het de burgers die hierom vragen? Dat denken we niet. De gemeente doet wat het neoliberale systeem vereist. Volgens dit systeem moeten de sociale woningen weg, want zolang ze nog bestaan, kunnen de woningprijzen niet enorm toenemen. Door de sociale woningen te verkopen, voorkomt de gemeente dit risico. Als het zo doorgaat, zullen er binnen een paar jaar geen sociale woningen meer bestaan en de woonprijzen zullen zoveel mogelijk stijgen.

Dankzij de Woningwet van 1901 heeft Amsterdam zijn schitterende aanzicht gekregen. Deze wet heeft het volk betaalbare en leefbare woningen aangeboden maar momenteel proberen de Amsterdamse bestuurders het omgekeerde te doen. Volgens hen, verdienen arbeiders, mensen die het leven ‘produceren’, woningen die totaal niets met de schoonheid van de Amsterdamse School gebouwen te maken hebben. De woningen van de Amsterdamse School zijn tegenwoordig zeer belangrijk voor het toerisme en hierdoor worden de huurprijzen van deze woningen verhoogd.

Voor we weer stinkende wijken krijgen en voordat we terugkeren naar de toestand van vóór 1901, moeten wij opschieten om de Woningwet van 1901 te bewaken. Om voor onze rechten op te komen...

Seda Yenil - Eda Yenil

Labels: , , , , , , , , , , , ,

vrijdag 17 oktober 2008

Stichting Opinie is van start gegaan

Wij, Eda, Seda en Evren, zijn de oprichters van de Stichting Opinie. Wij komen uit Turkije. Minder dan 10 jaar geleden arriveerden we in Nederland.

Al snel was het ons duidelijk dat er in Nederland een verhitte debatsfeer heerste. Een sfeer waarin de allochtonen centraal stonden. Hoe meer we onze blikken naar Nederland richtten hoe meer we oog in oog kwamen te staan met onze eigen reflectie. Dag in dag uit werd op de televisie, op de radio, op de kranten over ons gesproken. Zelfs tijdens persoonlijke ontmoetingen, waar we keurig Nederlands poogden te spreken was het onderwerp ‘allochtonen’ niet te vermijden. We moesten telkens uitleggen hoe het kwam dat we zo goed Nederlans spraken terwijl veel van onze landgenoten dat niet konden.

Het voelde alsof we met een blinddoek voor onze ogen in een ruimte stonden waar iedereen met volle aandacht naar ons keek.

We krijgen steeds vaker van mensen die hier langer leven dan wij, te horen, dat de kans dat men zich onder dergelijke omstandigheden thuisvoelt, niet zo groot is.

***
Wij voelen dat het hoog tijd is om de blinddoek voorgoed af te doen want we staan de heersende sfeer niet toe dat die onze passie om Nederland te verkennen, bedwingt. Als Nederland haar gezicht niet vanzelf aan ons laat zien dan zoeken we het zelf, besloten wij. En dat moest vooral een positief, optimistisch gelaat zijn want we hadden genoeg van de pessimistische kant gezien!

Dat is hoe het idee 'Stichting Opinie' is ontstaan. We beschouwen Stichting Opinie als een middel voor diegenen die de optimistische en positieve kant van Nederland willen verkennen. Het is open en toegankelijk voor iedereen, maar is vooral bedoeld voor mensen van Turkse en Koerdische komaf.

Wij beginnen via een ‘Webzine’, een magazine op het Web dus, dat Opinie heet.

Het Webzine Opinie gaat positieve, optimistische en solidaire voorbeelden uit de Nederlandse geschiedenis aan het licht brengen. Wij willen tijdens onze verkenningstocht de huidige discussies over allochtonen vermijden. En wij willen onze doelgroep erop wijzen dat optimisme en solidariteit intrinsiek is in de Nederlandse samenleving. Zo willen wij de aandacht van de doelgroep trekken door voorbeelden waar men zich mee kan associëren.

Het blijft niet bij een Webzine. We hebben veel plannen, teveel om met z’n drieën te verwezenlijken.
Wilt u deze verkenningstocht met ons meelopen? Stuur ons dan een antwoord. Laat ons weten wat u van onze onderneming vindt en of u een bijdrage wilt leveren.

Met vriendelijke groeten,



Bestuur Stichting Opinie





Labels: , , , , , , , ,

Onze Multatuli (1820-1887)

Tijdens mijn 3e jaar in Nederland, toen mijn Nederlands eindelijk goed genoeg was om in het Nederlands boeken voor volwassenen te kunnen lezen, begon ik aan een zoektocht naar de Nederlandse literatuur. Ik had drie lange jaren verloren om het Nederlands onder de knie te krijgen. Daarom wilde ik geen tijd meer kwijt zijn aan middelmatige boeken. Ik wilde onmiddellijk het beste boek lezen dat ooit in het Nederlands verschenen was.

Ik hoefde niet lang te zoeken. Bijna alle bronnen wezen naar een typisch Hollandse naam: 'Max Havelaar', geschreven door Multatuli.

Ik vroeg een paar Nederlandse vrienden naar het boek. Ik kreeg te horen dat het de moeite niet waard zou zijn. Het taalgebruik van Max Havelaar zou zo ontzettend moeilijk zijn dat zelfs goed opgeleide autochtone Nederlanders zoals zijzelf het niet zouden kunnen begrijpen. (Dat bleek achteraf een ‘urban legend’ te zijn).

Ik was niet volledig overtuigd. Er klopte iets niet. Want als dat waar was waarom zou dan zo’n zeer ontoegankelijk boek als de beste roman van de Nederlandse taal beschouwd worden? En waarom zou de schrijver in zoveel bronnen de beste Nederlandse schrijver aller tijden genoemd worden?

Ik leende Max Havelaar, Multatuli' s bekendste roman, bij de bibliotheek. Met behulp van een dik woordenboek begon ik te lezen. De eerste 50-60 pagina’s waren inderdaad heel moeilijk om te begrijpen. Gelukkig werd het verhaal daarna zeer boeiend en ging het zeer vlot.

Toen ik het boek uit had ontstond er een nieuwe band tussen mij en Nederland. Die band heette Multatuli. Een literaire, sociale, humanistische en idealistische band was het. Mijn affiniteit met Multatuli werd nog intensiever toen ik las dat hij zich voor zijn idealen inzette en veel opofferde.

Het zijn dingen die ik in het hedendaagse Nederland niet gemakkelijk kan zien, maar ze bestonden dus wel! En aangezien Multatuli nog steeds één van de meest gewaardeerde schrijvers van Nederland is, worden deze eigenschappen dus wel op prijs gesteld.

***
Dat Multatuli (Pseudoniem Eduard Douwes Dekker) een van de grootste Nederlanders is heeft meerdere redenen. Ten eerste heeft hij de roman Max Havelaar geschreven. Deze uit 1860 daterende roman heeft destijds grote ophef veroorzaakt. Sommige historici beweren dat het boek Max Havelaar het einde inluidde van het koloniale tijdperk.

Ten tweede heeft hij alle nieuwe stromen van zijn tijd geïnspireerd: humanisme, socialisme, feminisme.

Tot slot blijkt hij op het literaire gebied bestendig te zijn. Hij wordt twee eeuwen na zijn sterfdag als één van de beste Nederlandse schrijvers beschouwd. In 2002 was Multatuli zelfs de beste Nederlandse schrijver aller tijden gekozen door Nederlandse letterkundigen.

***
Multatuli (1820-1977), Nederlandse vrijdenker en schrijver.

Hij werd geboren in Amsterdam in een doopsgezinde familie.

Zijn vader was scheepskapitein en zijn moeder huisvrouw.

Toen hij 18 jaar was voerde hij aan boord van het schip, waar zijn vader het commando over had, naar Nederlands Indië.

Aldaar trad Multatuli in dienst van het Nederlands koloniale bestuur als kommies van de Algemene Rekenkamer.

Vanwege zijn hoge schulden solliciteerde hij bij een functie waar hij meer geld zou kunnen verdienen en werd aangenomen. Tijdens zijn bestuur ontstond er echter een kastekort, waarvoor hij een ernstige berisping kreeg. Het leverde hem het etiket ‘eerloos’ op, waardoor Multatuli zich bijzonder gegriefd voelde. Hij begon zijn vertrouwen, in een systeem dat uit bestuurders, handelaren, geestelijken en krijgsheren bestond, te verliezen.

In 1846 trouwde hij met Tine, de baronesse van Wijnbergen en kreeg met haar twee kinderen. In 1856 werd hij benoemd tot assistent-regent in Lebak in Java. Daar trof hij een kolonistisch bestuur aan dat samen met de inheemse feodale krijgsheren de bevolking zwaar uitbuitte. Hij zag hoe het door Nederland opgestelde ‘Cultuurstelsel’ - de uitbuiting van volkeren in Java - massale hongersnood tot gevolg had.

Tevergeefs probeerde hij ontslag te nemen: zijn superieur accepteerde zijn ontslagneming niet en liet hem overplaatsen. Toen ook de gouverneur-generaal hem niet wilde ontvangen om zijn klachten aan te horen was voor Multatuli de maat vol. Hij keerde naar Nederland terug en deze keer voorgoed. Hij begon een nieuwe carrière met het schrijven van het befaamde boek Max Havelaar, of De koffieveilingen der Nederlandse Handelmaatschappij. De rest van zijn leven zette hij zich af tegen het systeem en zette hij het arme leven van een nomaad voort, net zoals vele schrijvers van zijn tijdperk.

***
Eens was er in dit kikkerland een man die Multatuli heette. Een denker, een schrijver en een vechter van een vent.

Turks noch Koerdisch was hij. Evenmin zei hij ooit iets over Turkije.

Toch noemen wij hem ‘onze Multatuli’, want hij wijst ons op de optimistische en solidaire kant van Nederland.


Evren Madran



Labels: , , , , , , , ,

Fragmenten uit Max Havelaar

“Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, N° 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt. Niet alleen dat ik nooit iets schreef wat naar een roman geleek, maar ik houd er zelfs niet van, iets dergelyks te lezen, omdat ik een man van zaken ben. Sedert jaren vraag ik my af, waartoe zulke dingen dienen, en ik sta verbaasd over de onbeschaamdheid, waarmede een dichter of romanverteller u iets op de mouw durft spelden, dat nooit gebeurd is, en meestal niet gebeuren kan. Als ik in myn vak--ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht N° 37--aan een principaal --een principaal is iemand die koffi verkoopt--een opgave deed, waarin maar een klein gedeelte der onwaarheden voorkwam, die in gedichten en romans de hoofdzaak uitmaken, zou hy terstond Busselinck & Waterman nemen. Dat zyn ook makelaars in koffi, doch hun adres behoeft ge niet te weten. (...)”

***

“Toen keek hy me heel gek aan, en zuchtte, en vatte opeens een knoop van myn jas ...

--Beste Droogstoppel, zeide hy, ik heb u iets te vragen.

Er ging my een rilling door de leden. Hy wist niet hoe laat het was, en wilde my iets vragen! Natuurlyk antwoordde ik dat ik geen tyd had, en naar de beurs moest, schoon het avend was. Maar als men zoo’n twintig jaren de beurs heeft bezocht ... en iemand wil u iets vragen, zonder te weten hoe laat het is ...

Ik maakte myn knoop los, groette heel beleefd--want beleefd ben ik altyd --en ging de Kapelsteeg in, wat ik anders nooit doe, omdat het niet fatsoenlyk is, en fatsoen gaat my boven alles. Ik hoop dat niemand het gezien heeft. (...)”

***

“--Is u juffrouw Sjaalman? vroeg ik.

--Wien heb ik de eer te spreken? zeide zy, en wel op een toon waarin iets lag, alsof ook ik wat eer had moeten brengen in myn vraag.

Nu, van komplimenten houd ik niet. Met een principaal is dit wat anders, en ik ben te lang by de zaken, om myn wereld niet te kennen. Maar om daar veel omslag te verkoopen op een derde verdieping, vond ik niet noodig. Ik zei dus kort-af, dat ik m'nheer Droogstoppel was, makelaar in koffi, Lauriergracht, N° 37, en dat ik haar man spreken wilde. Wel ja, waarom zou ik omslag maken?

Ze wees my een matten stoeltjen aan, en nam een klein meisje op den schoot, dat op den grond zat te spelen. De kleine jongen dien ik had hooren zingen, zag me strak aan, en bekeek me van 't hoofd tot de
voeten. Die scheen ook volstrekt niet verlegen! Het was een knaapje van een jaar of zes, ook al vreemd gekleed. Zyn wyd broekje reikte ter-nauwernood tot de helft van de dy, en de beentjes waren bloot van
daar tot aan den enkel. Heel indecent, vind ik. ‘Kom je om papa te spreken?’ vroeg hy op-eens, en ik begreep terstond dat de opvoeding van dat knaapje veel te wenschen overliet, anders had hy: ‘komt u’ gezegd. Maar omdat ik met myn houding verlegen was, en wel wat praten wilde, antwoordde ik:

--Ja, kereltje, ik kom om je papa te spreken. Zou hy spoedig komen, denk je?

--Dat weet ik niet. Hy is uit, en zoekt geld om een verfdoos voor me te koopen. (...)

--Stil, myn jongen, zei de vrouw. Speel wat met je prenten of met de chinesche speeldoos.

--Je weet immers dat die m'nheer gister alles heeft meegenomen.

Ook zyn moeder noemde hy: je, en er scheen een ‘heer’ geweest te zijn, die alles ‘meegenomen had’ ... een vroolyk bezoek! De vrouw scheen ook niet opgeruimd, want ter-sluik wischte zy haar oog af, terwyl zy 't kleine meisje by haar broertje bracht. ‘Dáár, zeide zy, speel wat met Nonni.’ Een rare naam. En dit deed hy.

--Wel juffrouw, vroeg ik, verwacht u spoedig uw man?

--Ik kan 't niet bepalen, antwoordde zy.

Daar liet op-eens de kleine jongen, die met zyn zusje schuitjevaren gespeeld had, deze in den steek, en vroeg my:

--M'nheer, waarom zeg je tegen mama: juffrouw?

--Hoe dan, kereltje, zei ik, wat moet ik dan zeggen?

--Wel ... zooals andere menschen! De juffrouw is beneden. Ze verkoopt schotels en priktollen.

Nu ben ik makelaar in koffi--Last & Co, Lauriergracht, N° 37--we zyn met ons dertienen op 't kantoor, en als ik Stern meereken, die geen salaris ontvangt, zyn er veertien. Welnu, myn vrouw is: juffrouw, en
moest ik nu tegen dàt mensch: mevrouw zeggen? Dit ging toch niet! Ieder moet in zyn stand blyven, en wat meer is, gister hadden de deurwaarders den boel weggehaald. Ik vond myn: juffrouw dus wèl, en
bleef er by. (...)”

***

“Als men let op de ontzettende massa javasche produkten die in Nederland worden te-koop geveild, kan men zich overtuigen van het doeltreffende dezer staatkunde, al vindt men ze niet edel. Want, mocht iemand vragen of de landbouwer zelf eene met deze uitkomst evenredige belooning geniet, dan moet ik hierop een ontkennend antwoord geven. De Regeering verplicht hem op zyn grond aantekweeken wat haar behaagt, ze straft hem wanneer hy het aldus voortgebrachte verkoopt aan wien het ook zy buiten háár, en zyzelf bepaalt den prys dien ze hem daarvoor uitbetaalt. De kosten op den overvoer naar Europa, door bemiddeling van een bevoorrecht handelslichaam, zyn hoog. De aan de Hoofden toegelegde aanmoedigingsgelden bezwaren daarentegen den inkoopprys, en ... daar toch ten-slotte de geheele zaak winst afwerpen moet, kan deze winst niet anders worden gevonden dan door juist zóóveel aan den javaan uittebetalen, dat hy niet sterve van honger, hetgeen de voortbrengende
kracht der natie verminderen zou.

Ook aan de europesche beambten wordt een belooning uitbetaald in evenredigheid met de opbrengst.

Wel wordt dus de arme Javaan voorgezweept door dubbel gezag, wel wordt hy dikwyls afgetrokken van zyn rystvelden, wel is hongersnood vaak 't gevolg van deze maatregelen, doch ... vroolyk wapperen te Batavia, te Samarang, te Soerabaja, te Passaroean, te Bezoeki, te Probolingo, te Patjitan, te Tjilatjap, de vlaggen aan boord der schepen, die beladen worden met de oogsten die Nederland ryk maken.

Hongersnood? Op het ryke vruchtbare gezegende Java, hongersnood? Ja, lezer. Voor weinige jaren zyn geheele distrikten uitgestorven van honger. Moeders boden hun kinderen te-koop voor spyze. Moeders hebben hun kinderen gegeten (...)”

***

" ‘Zie maar, zeide hy, is er niet veel rykdom in Nederland? Dat komt door 't geloof. Is niet in Frankryk telkens moord en doodslag? Dat is omdat ze daar katholiek zyn. Zyn niet de Javanen arm? 't Zyn heidenen. Hoe langer de Hollanders met de Javanen omgaan, hoe meer rykdom er zal komen hier, en hoe meer armoede daarginder. Dat is Gods wil zoo!’ (...)”

***

“ ‘Zóó, myn geliefden, was de heerlyke roeping van Israel--hy bedoelde het uitroeien der bewoners van Kanaän--en zóó is de roeping van Nederland! Neen, er zal niet gezegd worden dat het licht dat ons bestraalt, wordt weggezet onder de korenmaat, en niet ook dat wy gierig zyn in het meedeelen van het brood des eeuwigen levens! Slaat het oog op de eilanden des Indischen Oceaans, bewoond door millioenen en millioenen kinderen des verstooten zoons--en des te-recht verstooten zoons--van den
edelen God gevalligen Noach! Dáár kruipen zy rond in de walgelyke slangenholen van heidensche onkunde, daar buigen zy het zwarte kroesharige hoofd onder het juk van eigenbelangzuchtige priesters! Dáár aanbidden zy God onder aanroeping van een valschen profeet, die een gruwel is voor de oogen des Heeren! En, geliefden, zelfs zyn er die, als ware het niet genoeg een valschen profeet te gehoorzamen, zelfs zyn er die een anderen God, wat zeg ik, die goden aanbidden, goden van hout
of steen, die zyzelf gemaakt hebben naar hun beeld, zwart, afschuwelyk, met platte neuzen en duivelachtig! ja, geliefden, byna beletten my de tranen hier voorttegaan, nog dieper is de verdorvenheid van Cham's geslachte! Er zyn er onder hen, die geen God kennen, onder welken naam
ook! Die meenen dat het voldoende is, de wetten te gehoorzamen der burgerlyke maatschappy! Die een oogstlied, waarin ze hun vreugde uitdrukken over het welslagen van hunnen arbeid, beschouwen als
voldoenden dank aan het Opperwezen dat dien oogst rypen liet! Er leven daar verdoolden, myne geliefden--wanneer zulk een gruwelyk bestaan den naam van leven dragen mag!--daar vindt men wezens die beweren dat het voldoende is, vrouw en kind lieftehebben en van hunnen naaste niet te
nemen wat hun niet behoort, om 's avends gerust het hoofd te kunnen nederleggen ter-slape! Yst ge niet by dit tafereel? Krimpt uw hart niet in-een by het bedenken wat het lot wezen zal van al die dwazen, zoodra de bazuine schallen zal, die de dooden oproept ter scheiding van rechtvaardigen en onrechtvaardigen? Hoort ge niet--ja, gy hoort het, want uit de voorgelezen tekstwoorden hebt gy gezien dat uw God is een machtig God, en een God der gerechte wrake--ja, gy hoort het gekraak der
beenderen en het geknetter der vlammen in het eeuwig Gehenna waar weeninge is, en tandengeknars! Dáár, dáár branden zy, en vergaan niet, want eeuwig is de straffe! Dáár lekt de vlam met nooit voldane tong aan de gillende slachtoffers van het ongeloof! Dáár sterft de worm niet, die hunne harten dóór en dóór knaagt, zonder ooit die te vernietigen, opdat er steeds een hart te knagen overblyve in de borst van den Godverzaker! Ziet, hoe men het zwarte vel afstroopt van het ongedoopte kind dat, nauwelyks geboren, werd weggeslingerd van de borst der moeder, in den poel der eeuwige verdoemenis ...

Toen viel er een juffrouw flauw ...

‘Maar, geliefden, ging dominee Wawelaar voort, God is een God van liefde! Hy wil niet dat de zondaar verloren ga, maar dat hy zalig worde met de genade, in Christus, door het geloof! En daarom is
Nederland uitverkoren om van die rampzaligen te redden wat er van te redden is! Dáártoe heeft Hy in Zyn onnaspeurlyke Wysheid aan een land, klein van omvang, maar groot en sterk door de kennisse Gods, macht gegeven over de bewoners dier gewesten, opdat zy door het heilig nooit volprezen Evangelium worden gered van de straffen der helle! De schepen van Nederland bevaren de groote wateren, en brengen beschaving, godsdienst, Christendom, aan den verdoolden javaan! Neen, ons gelukkig Nederland begeert niet voor zich alleen de zaligheid: wy willen die ook mededeelen aan de ongelukkige schepselen op verre stranden, die daar gebonden liggen in de kluisters van ongeloof, bygeloof en zedeloosheid! Het beschouwen van de plichten die ten-dezen op ons rusten, zal het
zevende deel myner rede uitmaken.’ (...)”


Labels: , , , , , , , ,

‘Van de maan afgezien zijn we allen even groot’

Multatuli

Internet heeft niet altijd betrouwbare informatie, maar is zeer nuttig wanneer u een inleidend onderzoek doet.
Toen wij besloten ons eerste nummer aan Multatuli te wijden hebben wij voor het inleidend onderzoek heel wat van Internet gebruik gemaakt.

Terwijl we van de ene hyperlink naar de andere sprongen trok één ding onze aandacht: wegens gebrek aan subsidie loopt het Multatulimuseum in Amsterdam kans om zijn deuren te moeten sluiten.

Wij waren enigszins gefrustreerd. Voor de Nederlandse overheid was ‘de grootste Nederlandse schrijver aller tijden’ te zijn dus niet voldoende om een museum te hebben.

In onze frustratie dachten wij dat de echte grond voor de subsidiebesnoeiing aan iets anders lag dan de krimpende economie. Multatuli is niet door alle Nederlanders bemind voor wat hij indertijd heeft onthuld. Het is best mogelijk dat het huidige kabinet, waarvan de minister-president onze samenleving onlangs heeft opgeroepen om terug te keren naar de mentaliteit van onze kolonistische voorouders (toespraak Balkenende; ‘terug naar de VOC mentaliteit’), het kleine bedrag bestemd voor het Multatulimuseum als overbodig beschouwt.

***

Het leek ons een goed idee om het Multatulimuseum te bezoeken voordat het verdwenen zou zijn. Op de keper beschouwd was het Multatulimuseum een ideale plek om uit de eerste hand informatie over Multatuli te verkrijgen.

We hebben Jos van Waterschoot, de conservator van het museum om een afspraak voor een interview gevraagd. Spoedig kregen wij een vriendelijk antwoord van hem: wij waren van harte welkom.

***

Het museum ligt in het hart van Amsterdam op enkele minuten loopafstand van het centraal station. Het ligt onopvallend in een donkere zijstraat.

Het huis dat voor het Multatulimuseum werd gekozen was niet echt representatief voor de man zelf.

Het was niet het huis waar hij zijn puberteit doorbracht die hij op een briljante wijze in zijn boek ‘Woutertje Pieterse’ beschreef. Noch was het het huis waarin hij zijn beroemde boeken en brieven schreef. Het was het huis waarin hij geboren werd en als baby en kleuter een paar jaar leefde.
We dachten tja, het is eigenlijk niet erg als dit museum gesloten wordt want Multatuli verdient eigenlijk veel beter dan dit.

*** De conservator verwelkomde ons vriendelijk. Hij was jonger dan wij gedacht hadden. Toen we het bezoekersboek tekenden merkten wij dat het museum dagelijks veel bezoekers kreeg. Voorts viel het ons op dat er in het boek veel Turkse namen stonden. Kennelijk komen veel Nederlanders van Turkse afkomst het museum bezoeken in het kader van schoolreizen.
Jos was zo vriendelijk geweest om onze vragen uitvoerig te beantwoorden.
Hieronder vindt u een samenvatting van dit interview.

***

“We noemen hem Multatuli, maar zijn echte naam is Eduard Douwes Dekker. Hij heeft eenmaal voor die naam Multatuli gekozen als schrijversnaam, ook om het leed te laten zien dat hij voor de goede zaak heeft moeten doorstaan. Hij leefde zonder vrouw en kinderen, hij kon niet voor ze zorgen, hij had geen geld, om voortdurend die boeken te kunnen schrijven. En om de Nederlanders duidelijk te kunnen maken van: ‘Kijk jongens, er is van alles mis in dit land en jullie moeten naar mij luisteren, want daar moeten we iets mee doen.’ En wat bedoelt Max Havelaar met wat er allemaal mis was in onze kolonie; er was ook hier in Nederland heel veel mis. Onderdrukking van arbeiders, de slechte positie van vrouwen, dat zijn allemaal problemen waar hij zich mee bezig heeft gehouden in zijn werk en dit is ook iets wat je in zijn boeken heel uitgebreid terugvindt.

Zijn belangrijkste werk, Max Havelaar is in 39 talen vertaald en bijna al die vertalingen hebben we in ons museum. Vorig jaar is er een Italiaanse vertaling geschreven van het boek dus het boek is nog steeds actueel. Nu is het idee Max Havelaar blijven hangen en daar is Multatuli bekend mee geworden maar ‘Minnebrieven’ wordt toch wel beschouwd als een belangrijk boek voor het feminisme. Dat boek is een aanzet voor het feminisme.

Als je Multatuli gaat lezen, dan valt onmiddellijk op hoe ontzettend eigentijds zijn ideeën zijn. Bijvoorbeeld hij heeft het heel vaak over Nederlanders, over de gewoontes en de volksaard van Nederlanders. Daar heeft hij heel goede waarnemingen van gedaan die buitengewoon actueel zijn en die nog één op één passen op de Nederlanders van vandaag. Dus dat aspect heeft zeker niet aan actualiteit ingeboet maar Max Havelaar en het hele idee van Max Havelaar koffie, bananen, honing, chocolade en noem maar op, eerlijke handel met de derde wereld, daar naar toe gaan, een product kopen maar niet een land leegroven en vervolgens arm achterlaten, is niet voor niets nu nog terug te vinden onder het Max Havelaar Keurmerk. De mensen hebben het boek Max Havelaar als kapstok genomen. Daar stond het allemaal al in. Het idee van eerlijk handeldrijven met mensen van andere landen, eerlijke prijzen betalen dat heeft ook niet aan actualiteit ingeboet want dat doen we nog steeds niet.
Wij proberen nog steeds voor niets bananen te kopen in Zuid-Afrika die we voor een heleboel geld verkopen en de tussenhandel zoals Europese bedrijven, daar blijft het meeste geld hangen.

Hij was misschien niet de eerste die de kwalen van het leven in de koloniën opnoemde maar hij was de eerste die ook van het publiek aandacht kreeg. Hij kreeg wel de aandacht omdat hij altijd zijn vinger op de zere plek legde. Hij zei ook tegen mensen van jij doet dit of dat niet goed. Maar mensen zeiden hetzelfde ook tegen hem. Ze gingen hem aanvallen op zijn privéleven en zijn relatie met zijn vrouw. Jij doet iets ook niet goed dus wij hoeven niet naar jou te luisteren. Dit was wat de meeste Nederlanders zeiden. Ze zeggen het nog steeds. En dan zeg ik als antwoord van: ja, maar zijn zijn ideeën daardoor ook slecht?

In al zijn boeken heeft hij ook een beetje vanuit zichzelf geschreven. Hij had niet zoveel poëzie maar hij sprak vanuit zichzelf. Hij is ook een beetje Max Havelaar. Maar Max Havelaar was totaal karakterloos. Hij is alleen maar een blanke ziel. Hij schreef alleen maar positief over het karakter. De romannen in de 19e eeuw waren eigenlijk een beetje zo. De helden waren perfect en blanke mannen. Dezelfde stijl heeft hij benut in Max Havelaar. Batavus Droogstoppel is een negatieve figuur maar zegt wel af en toe van die dingen waarvan je denkt ja het klopt eigenlijk wel. De zwart-witte figuren worden een beetje gekleurd maar Max Havelaar is wel een uitzondering. Hij maakte geen fouten. Dat maakte hem aan de ene kant een held en aan de andere kant een karakterloze figuur. Hierdoor kan iedereen die het leest zich Max Havelaar voelen.

Multatuli neemt grenzen weg bij zijn ideeën. Hij was toen al revolutionair. Want hij zei dat iedereen gelijkgesteld moesten worden, ook al hebben ze een ander geloof. Hij zei ook over de islam dat de islam veel zuiverder omgaat met het geloof. Het maakt niet uit wat voor geloof je hebt als je je maar fatsoenlijk gedraagt. Hij was eerst christen en later is hij atheist geworden omdat hij alle dingen van het geloof zag. Maar hij zegt ook wel dat als je wil geloven, prima als je maar goed voor mensen zorgt. Hij is iemand die als geloof mensen vanuit alle landen gelijkstelt. Hierdoor is hij ook voor het humanisme een belangrijke figuur.

Hij inspireerde alle nieuwe stromingen van zijn tijd: liberalisme, humanisme, socialisme, feminisme enzovoort: ’Denk kritisch geloof niet wat anderen vertellen maar denk kritisch. Onafhankelijk van geloof en politici.’ ”


Interview door: Eda Yenil


Labels: , , , , , , , ,

Moeder Theresa vs Max Havelaar

Pedro is een kleine koffieboer. Hij voelt zich gelukkig als hij zijn koffie met 10% winstmarge kan verkopen.

Hij heeft geen direct contact met de industrie dus heeft hij een handelaar nodig om zijn koffie aan de industrie te verkopen.

De handelaar, mijnheer Droogstoppel[1] die de koffie van Pedro koopt heeft per definitie meer macht dan Pedro, omdat hij van verscheidene boeren zoals Pedro koopt.

Voor de handel tussen Pedro en mijnheer Droogstoppel betekent dat, dat het mijnheer Droogstoppel is die de onderhandelingsmacht heeft en niet Pedro. Als mijnheer Droogstoppel het voor het zeggen heeft (d.w.z. als de overheid van Pedro hem door directe subsidies of indirect door subsidieaankopen niet beschermt) dan zal mijnheer Droogstoppel Pedro een superlage prijs voor zijn koffie aanbieden.

Hierop zal Pedro failliet gaan, maar dat zal mijnheer Droogstoppel een zorg zijn. Volgend jaar zoekt hij andere kleine boeren die geen andere keus hebben dan een superlage prijs te aanvaarden.

De kleine boeren die niet failliet willen gaan zullen niet alleen gedwongen worden om hun winstmarges tot nul te laten zakken, maar ook kinderarbeid en niet milieuvriendelijke landbouwpraktijken te gebruiken om hun kosten te minimaliseren.

Zo werkt het. In de populaire economie heet dit proces ‘race to the bottom’.

***
“... Max Havelaar, ook de naam van het enige en onafhankelijke fairtrade keurmerk voor voedsel waarvan de producenten in Latijns-Amerika, Afrika en Zuidoost Azië door de afnemers een hogere prijs dan de wereldmarktprijs wordt betaald. Hier bovenop ontvangen de producenten als extra nog een premie. De naam is ontleend aan het boek Max Havelaar (1859) van Multatuli, waarin het onrecht aan de kaak wordt gesteld van de koffieboeren in toenmalig Nederlands-Indië. Het keurmerk garandeert dat organisaties van kleine boeren of plantages in ontwikkelingslanden een eerlijke prijs ontvangen voor hun producten” aldus Wikipedia.

Stel dat Pedro, de Max Havelaar certificering krijgt. Hierdoor belooft hij om van milieuvriendelijke praktijken gebruik te maken, geen kinderarbeid te benutten enz. Bovendien krijgt hij een extra premie voor zijn Max Havelaar gecertificeerde koffie.

Voor mijnheer Droogstoppel maakt dit niet zoveel uit. Hij betaalt de gemiddelde marktprijs voor Pedro's koffie (terwijl Pedro vanwege de aanvullende Max Havelaar-premie meer dan de gemiddelde marktprijs verdient).

Voor de industrie (koffiebranders) is het ook ‘business as usual’. De koffiebrander betaalt de gemiddelde marktprijs voor mijnheer Droogstoppel's koffie.

De koffiebrander brandt de koffie. Aan de consument verkoopt hij de niet-gecertificeerde koffie voor de gewone prijs en de Max Havelaar gecertificeerde koffie van Pedro voor een hogere prijs.

Dus Pedro's premie voor de Max Havelaar certificering wordt eigenlijk door de consument betaald!

***
'There is no alternative!' Margaret Thatcher gaf keihard aan dat bezuinigen en ingrijpen in sociale voorzieningen onontkoombaar was. Het waren de jaren tachtig. Het decennium waarin het neoliberalisme de hele wereld overnam.

Neoliberalisme staat voor ‘het economisch liberalisme’ of ‘het klassiek liberalisme’ zoals dit door Adam Smith omschreven werd.

Het neoliberalisme pleit voor het volledig liberaliseren van de markten en de handel en decentraliseren van de besluitvorming, dus uitsluiten van de staatsondernemingen.

Het is niet voor niets dat neoliberalisme vaak met het sociale darwinisme wordt geassocieerd. Wanneer u de markten en de handel volledig liberaliseert en de staat uitschakelt, zult u volledig het ‘only the fittest will survive’ gerealiseerd hebben, net zoals in het darwinisme.

Dat houdt ook in dat de zwakkeren zullen sterven. En sterven doen ze ook.

***
Vele mensen beweren dat neoliberalen niet van Max Havelaar/Fairtrade houden.

Om twee redenen is dit moeilijk te begrijpen.

Ten eerste, terwijl de Max Havelaar certificering zijn werk doet, eerbiedigt hij de grenzen van het neoliberalisme: in het land van Pedro zijn de markt en de handel nog volledig vrij. De besluitvorming blijft nog gedecentraliseerd; de overheid van het koffieproducerende land is nog strikt gebonden aan de overeenkomsten die met de Wereldbank getekend zijn en die de mogelijkheid uitsluiten dat de overheid zijn landbouw mag subsidiëren. Terwijl Perdro Max Havelaar premie krijgt blijft het land van Pedro nog strikt neoliberaal!

Ten tweede, zelfs als de Max Havelaar certificering het neoliberalisme uitdaagt, omdat de premie van Max Havelaar van Pedro merendeels door de consument wordt betaald, kan hij nooit doorgroeien tot een mainstream-programma. Met de Max Havelaar certificering wordt het lot van Pedro, die een slachtoffer van het neoliberalisme is, aan de consumenten over gelaten, die zelf ook slachtoffer van hetzelfde systeem zijn. Hun koopkracht vermindert ook onophoudelijk als resultaat van de liberaliseringen en privatiseringen. ‘No wonder’ terwijl 75% van de Nederlandse bevolking de Max Havelaar gecertificeerde koffie waardeert, is slechts 3% bereid om de extra prijs ervoor te betalen.[2]

***
Wat heeft Multatuli's Max Havelaar te maken met dit alles?

Niet veel.

In zijn beroemde roman beschuldigde Multatuli een systeem dat uit een wreed en corrupt kolonistisch beleid, corrupte inheemse administratie, onmenselijke handelaren, krijgsheren, en racistische geestelijken bestond. Terwijl de Max Havelaar/Fairtrade certificering dit op de een of andere manier nog steeds bestaand systeem volledig negeert.

Het Max Havelaar/Fairtrade programma lijkt eerder op een liefdadigheidsprogramma -- en er is niets mis mee met liefdadigheid. Maar dat is zeer anders dan wat Multatuli met zijn roman Max Havelaar wilde bereiken.

Dus waarom niet de naam van het programma naar ‘Mother Theresa certificering’ omzetten?
Dit is bovendien gemakkelijker uit te spreken voor diegenen die geen Nederlands spreken.



Evren Madran


[1] Naam van de handelaar in de roman Max Havelaar
[2] http://www.fmn-vereniging.nl/main/downloads/7c0cfc80Max%20Havelaar.pdf




Labels: , , , , , , , ,